De ezel

De ezel stamt oorspronkelijk af van de wilde ezel. Deze komen voor in Afrika: Nubische en Somalische ezel, maar ook in Azië leven wilde ezels.
Door de eeuwen heen zijn de ezels langzamerhand meer naar Europa gekomen.
Er waren tijden dat de ezel een belangrijk dier was voor vervoer van goederen en voor het werk op het land.
Er waren ook tijden dat er niet om de ezels bekommerd werd.
Eind vorige eeuw nam de belangstelling weer toe om ze als huisdier te houden.
Er zijn diverse rassen en maten en kleuren zoals grijs, bruin, bont, zwart.
Voorbeelden van rassen zijn:  informatie volgt nog

De ezel is een hoefdier. Ze hebben lange oorschelpen, een dikker hoofd en korte manen en een staart met een pluim ten op zichten van een paard/pony.
Bij de meeste ezels zie je dat ze een schouderkruis oftewel een Andreaskruis hebben.
Bij de grijze en bruine ezels is het Andreaskruis het duidelijkst te zien.
Bij de bonte en lichtgekleurde ezels ontbreekt het Andreaskruis of is hij slecht te zien. Ook zie je bij veel ezels beenstrepen.
Deze zijn afkomstig van hun voorvaderen, de wilde Somalische ezel.

De ezel is een kuddedier. Het liefst staan ze met soortgenoten. Ze communiceren met elkaar door het gebruik van hun oren, staart en geluiden. Balken is het bekendste geluid van de ezel. En dit is over een lange afstand hoorbaar.

De ezel staat bekend om dom en koppig te zijn, maar hij is juist intelligent en vraagt een consequente aanpak.
Als een ezel iets niet wil of niet vertrouwt, zal hij het ook niet doen. En zal hij zijn koppige gedrag vertonen. Gebruik van geweld geeft een averechts effect.

Hierbij een link met een filmpje van NTR over “waarom denken we dat ezels koppig zijn”

Ezels zijn van vroeger uit gewend aan een harde, rotsachtige bodem en warm weer.
Hier in Nederland hebben we zachte en natte ondergrond, regenachtig en niet zo’n warm weer.
Natte ondergrond is niet goed voor de hoeven van een ezel.
Een stal om te schuilen en een verhard gedeelte in de weide is voor de ezel wel zo prettig.
Een ezel moet kunnen schuilen voor de wind, regen en kou.
De vacht van een ezel is niet waterdicht. Een buitje regen, daar kan de ezel wel tegen, maar een paar stortbuien vindt ie niet zo leuk.
Het mooiste is een stal waar de ezel zelf in en uit kan lopen, zodat hij zelf kan kiezen waar hij wil staan.
Op de grond van de stal kun je vlas of stro leggen.

Stro  Vlas     Stal met luifel

STRO                                           VLAS                                       STAL MET LUIFEL

De hoeven van een ezel moeten regelmatig bekapt worden.
Zo’n 3 à 4 keer per jaar. Maar dit verschilt per ezel.
De stand van een ezelhoef is anders dan de hoef van een paard of pony. Er zijn hoefsmeden die gespecialiseerd zijn om ezels te bekappen.
De hoeven kunt u 1x per week uitkrabben. De ezel went eraan dat hij zijn hoeven moet optillen.
Dit is handig voor als de hoefsmid komt en u kunt meteen zien of er iets in de hoef zit.
Gaat u regelmatig met de ezel wandelen, dan geniet het de voorkeur na elke wandeling de hoeven te controleren op steentjes o.i.d.

Ezels vinden het fijn om geborsteld te worden. Vooral als ze hun vacht gaan wisselen van wintervacht naar zomervacht. Met het borstelen en hoeven krabben bouwt u een band op met uw ezel, waardoor de ezel makkelijker in de hand komt.

Gras is de voornaamste voedingsbron voor de ezel.
In de zomer kan men dit aanvullen met hooi of stro. In de winter als er bijna geen gras is, geeft men de ezel hooi en stro.
Het mooiste hooi is van een weiland waar geen (kunst)mest toegevoegd is.
Dit hooi wordt ook weleens landschapshooi genoemd.
Let er wel op dat er geen Jacobskruid in zit. In gedroogde vorm herkent de ezel dit dodelijk kruid niet.
Kuilvoer is ongeschikt voor ezels.

Ezels worden snel te dik. Het is verstandig om ze niet onbeperkt te laten grazen of hooi aan te bieden.
Haal de ezels ’s nacht naar binnen of raster een deel van de wei af zodat ze een beperkt aanbod van gras krijgen.
Extraatjes hebben ze in principe niet nodig.
Een handje ezelmuesli of een wortel om ze handtam te houden mag natuurlijk.

Ezelmerrie’s die drachtig zijn of een veulen hebben, hebben wel wat extra nodig.
Ook oudere ezels hebben een extraatje nodig in de vorm van ezelmuesli of slobber als het gebit wat minder wordt.
Een liksteen in de wei of bij de stal zorgt voor individuele behoefte aan zout.
Een ezel heeft dagelijks vers drinkwater nodig.

Ezelmuesli   Hooi

 

EZELMUESLI                                 HOOI

Een ezel laat niet gauw blijken dat hij ziek is. Als een ezel sloom is en niet eet, moet contact worden opgenomen met een dierenarts.

Een ezel dient u regelmatig te ontwormen. Het advies is om dit te doen, nadat u mestonderzoek hebt gedaan. In het najaar dient u de ezel te ontwormen met een middel dat ook de larve van de paardenhorzel aanpakt.

Hoefbevangenheid en koliek kunnen onder meer optreden na het eten van te eiwit rijk gras, te veel aan krachtvoer.

Bij koliek heeft de ezel last van buikpijn. Dit kan erg pijnlijk zijn, maar de ezel laat niet gauw blijken dat hij pijn heeft. Meestal is de ezel sloom en lusteloos. Als hij gaat liggen en rollen en trappen naar zijn buik, heeft hij zeer veel pijn. Het is dan verstandig om een dierenarts te consulteren.

Hoefbevangenheid is een ontsteking van de hoeflederhuid. Het komt meestal voor aan de voorhoeven.

Als een ezel proppen draait of slecht eet, is het raadzaam om naar het gebit te laten kijken door een paardentandarts.
Scherpe randen op tanden en kiezen komt regelmatig voor bij ezels.

De draagtijd van een ezel is 12 maanden.  Het ezelveulen kan vrijwel direct na de geboorte staan.
Na ongeveer 6 maanden kan het ezelveulen geleidelijk aan worden afgespeend.
Rond het 2e levensjaar is de ezel geslachtsrijp.